Een op de vier Nederlanders heeft op dit moment een geldig reanimatiecertificaat om burgerhulpverlener te worden, maar slechts 5 procent van hen meldt zich aan als vrijwilliger. Dat komt vooral omdat mensen bang zijn om iets fout te doen, blijkt uit onderzoek van de Hartstichting.
Elke dag krijgen zo'n 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Vaak duurt het even voordat een ambulance aanwezig is, terwijl elke seconde telt. Daarom zijn er burgerhulpverleners. Die kunnen vaak snel eerste hulp bieden. Maar er zijn nu nog te weinig mensen die zich als vrijwilliger aanbieden, zegt de Hartstichting.
Om ervoor te zorgen dat er in elke buurt burgerhulpverleners zijn, zijn er nog 25.000 vrijwilligers nodig. Als een vrijwilliger te hulp schiet bij een hartstilstand, is die er doorgaans 2,5 minuut sneller dan de ambulance. En dat kan levens redden.
Snelle hulp vergroot overlevingskans
Vrijwilligers reanimeren de persoon met de hartstilstand, totdat de professionele hulpverleners er zijn. De overlevingskans bij een hartstilstand is daardoor veel groter geworden: van 9 procent naar 23 procent. De Hartstichting zegt dat er al een "fijnmazig en landelijk reanimatienetwerk" van vrijwilligers en AED's is, maar dat mag nog groter.
Als er via 112 een melding van een hartstilstand binnenkomt, roept het alarmoproepsysteem HartslagNu automatisch aangemelde burgerhulpverleners in de buurt op. Zij krijgen dan een melding op de telefoon waarin wordt gevraagd om naar het slachtoffer te gaan om diegene te reanimeren. In sommige gevallen moeten ze eerst een AED ophalen. Met een AED kunnen hulpverleners een elektrische schok toedienen, waardoor het hartritme wordt hersteld.
Dat reanimaties door burgerhulpverleners waardevol zijn, blijkt uit cijfers. Er zijn ruim 12.000 reanimatiemeldingen per jaar; bij 8 van de 10 wordt de reanimatie gestart door burgers.
Misverstand
Volgens de Hartstichting is het een hardnekkig misverstand dat je iemand schade kunt toebrengen door verkeerd te handelen. Bij een hartstilstand betekent niets doen vrijwel zeker overlijden. Iets doen vergroot juist de overlevingskans. Ruim de helft van de Nederlanders denkt ten onrechte dat een slachtoffer kan overlijden door een fout van een burgerhulpverlener.
"Die angst is heel begrijpelijk, maar onterecht", zegt Leonie van der Leest, manager Spoed van de Hartstichting. "Bij een hartstilstand is snelle actie cruciaal. Door wél te starten met reanimatie geef je iemand een kans om te overleven. Als je niets doet, is de overlevingskans zo goed als nul."
Meerdere burgerhulpverleners worden opgeroepen
Ook is het een misvatting dat burgerhulpverleners 24 uur per dag beschikbaar moeten zijn. Als iemand via HartslagNu een oproep krijgt, kan die vrijwilliger zelf bepalen of hij of zij de oproep accepteert. Volgens Van der Leest worden meerdere burgerhulpverleners opgeroepen. "Dus je hoeft je niet schuldig te voelen als het niet lukt om de oproep te beantwoorden."
Ook speelt onbekendheid met het systeem mee. Mensen weten niet precies hoe het werkt, hoe een oproep binnenkomt en wat ze dan moeten doen. Die onzekerheid vergroot de angst.
Mensen met een reanimatiecertificaat moeten dat jaarlijks opfrissen. Dat kan via een opfriscursus van reanimatiepartners van de Hartstichting. Tijdens de training worden cursisten overvallen met een gesimuleerde noodsituatie.
Bron: NOS
Ook in Wageningen is er een tekort aan vrijwilligers.
Meld u daarom vandaag nog aan.
Reactie plaatsen
Reacties